2017 Guido De Geyter – De kracht van onvolmaaktheid: de visionaire beelden van Maen Florin.

De kracht van onvolmaaktheid: de visionaire beelden van Maen Florin.

De recente overzichtstentoonstelling van David Hockney in Tate Britain kende een ware toeloop. Het werk van deze 80 jarige kunstenaar, die het vermogen heeft om kleuren te horen en klanken te zien, staat dan ook steevast voor hoop en optimisme. Een cocktail dat, in tijden waarin angst en onzekerheid onrustwekkend toenemen en waarin tal van mensen steeds meer van zichzelf en anderen vervreemden, velen troost en verademing biedt.

Datzelfde geldt ook voor het beeldend werk van Maen Florin. Haar beelden voeren ons mee naar het diepere Zelf en maken emoties los die we als bevrijdend en helend kunnen ervaren. Hoe klein, tenger en kwetsbaar haar figuren soms ook mogen zijn, er gaat veelal een grote verhaalkracht van uit, waarbij de tijd in het niets lijkt weg te vlieden. De beelden van Maen staan in die zin boven de alsmaar meer stresserende en energie rovende chronologische en finaal wegtikkende tijd. Ze zijn veeleer uitdrukking van wat men in de Griekse mythologie ‘Kairos’ noemt: het subjectieve, dynamische en kwalitatieve moment waarin heden, verleden en toekomst tot een visionair ‘ogen-blik’ in elkaar lijken versmolten met niet zelden verandering en inzicht tot gevolg. Martin Heidegger omschreef de Kairos, in tegenstelling tot de Chronos, ooit als heilig en in die zin ook helend. Hij meende dat datgene wat zich in de Kairos als ‘gebeurtenis’ openbaart, niets minder is dan de meest authentieke zijnsgesteltenis (Dasein) van de mens. Het is Maen haar verdienste om, middels haar werk,  deze gedachte feilloos te illustreren. Haar werken hebben dan ook, voor wie zich rustig de tijd gunt om ze aandachtig te schouwen, een heiligend en helend effect.

Maen, die destijds aan de zijde van Jan Hoet haar carrière begon, lijkt creatiever dan ooit voorheen. Sedert haar opgemerkte bijdrage aan het kunstenfestival Watou (2016) is ze nog moeilijk weg te denken uit het lijstje van graag geziene Belgische kunstenaars. Dat laatste  ontging ook Lucas de Man niet. Deze televisiemaker ging haar begin dit jaar, voor zijn ‘België Special’ in ‘Kunstuur’, een wekelijks programma op de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), in haar atelier opzoeken. Het feit dat de NPO in deze uitzending naast Maen ook René Magritte portretteerde zegt ongetwijfeld iets over de waardering die men aan het werk van Maen wenst te geven.

Dit voorjaar was er reeds haar tentoonstelling in het MuHKA, maar vooral ook de presentatie van haar boek: ‘Maen Florin\Sculptures’ met tekst van Stefan Hertmans.

Zoals eigen aan het leven evolueerde ook het werk van Maen doorheen de jaren. Haar monumentaal werk in brons evolueerde naar gedeformeerde beelden in diverse materialen. Ze verwijzen allen naar menselijke figuren en vertonen net als bij Muñoz, voor wie ze trouwens een oprechte bewondering koestert, subtiele tot opvallende afwijkingen.

Maen glundert wanneer ze met zachte stem over haar creaties praat. Mooi ook en bijwijlen vertederend zijn de stiltes die ze af en toe, als rustpunten, tussen haar woorden laat en die als het ware getuige zijn van haar rijke verbeelding en gevoelswereld waarin ze haar inspiratie vindt. Wellicht is de vreugde om met de meest diverse en broze materialen iets nieuws te creëren mee gevoed door haar kindertijd, waarin ze als jong meisje stiekem haar moeder observeerde die als modiste, voor zowat elk gezicht en passend bij iedere kledingstijl, een exclusieve, handgemaakte en kwalitatief hoogstaande hoed op maat wist te maken. Ook is er de herinnering aan grootmoeder, wiens oude schilderdoos nog steeds met liefde bewaard wordt, alsof daar de chemie van de haar typerende handigheid in verborgen zit. Met deze handigheid drapeerde ze ooit één van haar creaties met een stukje stof dat haar moeder destijds uit Marokko had meegebracht. Voor velen zou een dergelijk oud stukje stof wellicht in de prullenmand zijn beland, niet dus bij Maen. Het doet denken aan een citaat van Ton Lemaire over zachtmoedigheid; als het weet hebben van de breekbaarheid der dingen, de teerheid van de planten, de kwetsbaarheid van de dieren en de eenzaamheid van de mensen.

Dit ‘weet- hebben van’ lijkt dermate diep in de mens Maen ingegrift, met als gevolg dat ze deze zachtmoedigheid ook in het gelaat van haar creaties tot leven weet te brengen.

De beelden van Maen, zoals haar recente keramieken koppen, ogen vaak ook dubbel. Enerzijds vertrouwd en herkenbaar, anderzijds bevreemdend en mysterieus. Allen hebben ze echter gemeen dat ze met een beklemmende directheid op je afkomen en je als toeschouwer meteen bij het nekvel grijpen, al keek men in een spiegel naar de eigen zielenroerselen.

Zoveel is zeker: de creaties van Maen laten niet onberoerd. Ook al zijn het vaak van stilte doordrongen wezens, ze drukken een imperatief uit van ‘zie mij’: ‘Ecce Homo!’ Eens men haar beelden ziet, wordt wegkijken heel moeilijk. Er gaat immers een ethisch appel van uit, een uitnodiging om het aangekeken worden te beantwoorden door verbinding en contact met je diepste zelf toe te laten.

“De beste manier om de ander te ontmoeten is zelfs niet de kleur van zijn ogen op te merken.” Deze filosofische gedachte van Levinas lijkt Maen eveneens goed begrepen te hebben. In de vele koppen van Maen doorbreekt ‘de ander’ keer op keer zijn plastische vorm, zijn fysionomie, zijn gezicht, om ruimte te maken voor zijn ware zijn. Maen laat haar koppen spreken door middel van het woordloze woord. Het is haar taal om tot de essentie door te dringen. Doorheen het aangekeken worden wordt elk van haar koppen een Gelaat dat oneindig meer is dan wat men er kan van zien en beschrijven.

Nu eens ontroeren ze en laten ze je iets voelen van de eigen vertederende emoties. Dan weer roepen ze ergernis en weerstand op, want confronterend voor al het rouwe en onvoldane dat diep in elk van ons vraagt om verborgen te blijven. Dat alles maakt dat haar bevreemdende beelden nooit vrijblijvend zijn. Wie haar beelden bekijkt blijft er niet onverschillig bij.

Oog in oog met haar beelden ontvangt je een cascade van gevoelens die je uit je comfortzone halen. Bij Maen Florin komt het onzegbare, het vreemde en al datgene wat mensen angstvalling verborgen willen houden vlijmscherp en onvervalst tot uiting. Zelden een kunstenares gezien die erin slaagde om het verborgene en het meest onderdrukte zodanig tot uiting te brengen alsof het lijkt dat haar beelden met een megafoon in je oor schreeuwen. Soms schreeuwend, soms fluisterend, soms met haperende stem, soms in een volledige wartaal en woordsalade die enkel een diepe eenzaamheid en existentiële nood laten vermoeden.

Stilstaan bij de koppen van Maen is je onderdompelen in een oceaan aan emoties die als een tsunami op je afkomen en in het eigen hoofd blijven nazinderen over hoe blind en hoe onbereikbaar mensen voor elkaar kunnen zijn.

Ik draag alvast het beeld van haar blinde jongen mee op mijn netvlies. Zijn dunne armen rond het eigen lichaam verstrengeld, op zoek naar warmte.

Guido De Geyter, juni 2017