2020 De aanwezig afwezige blik van de beeldhouwwerken van Maen Florin – Sigrid Bosmans en Hannah Iterbeke

Sigrid Bosmans (Artistiek Directeur) en Hannah Iterbeke (Curator)

De tumultueuze verstilling en glazige gelaatsexpressies in de sculpturen van Maen Florin trekken op subtiele wijze de aandacht van de toeschouwer zonder ze op te eisen. Ze liggen, zitten of staan op schijnbaar onvoorziene en ongewone plekken. Het is alsof ze geruisloos zijn toegekomen in de stad en er tussen andere stukken een plaats zijn gaan innemen. Je kan ze ontmoeten in De Garage, in de Sint-Janskerk, in de binnentuin van het Hof van Busleyden en tussen de tentoongestelde objecten in het museum. Ze kijken, ze staren, ze luisteren, ze mijmeren, ze lijden, ze bezinnen.  Doordat de beeldhouwwerken zich in het Hof van Busleyden niet hebben opgesteld op een klassieke museale wijze (bv. in vitrines, op uitgestrekte muren of in lege hoeken van zalen), gaan ze niet in concurrentie. Ze voeren eerder een dialogische dan een dialectische conversatie met de andere kunstvoorwerpen en de omgeving. Ze strijden niet met elkaar, noch herleiden ze elkaar tot een gemeenschappelijk begrip. Oude en hedendaagse kunst vormen hier geen synthese maar een gebalanceerde antithese. Ze ontdekken elkaar, versterken elkaars eigenheid en het begrip voor die eigenheid of creëren ruimte voor het nieuwe. Op die manier draagt het werk van Maen Florin bij tot het bewustzijn van de stille meerstemmigheid die zowel in De Garage, de Sint-Janskerk als het museum aanwezig zijn. Het zorgt voor een disruptie die de toeschouwer uitnodigt om steeds opnieuw te kijken en perspectieven toe te voegen.

Een van de dominante motieven in het oeuvre van Maen Florin is het hoofd. Dat verbindt haar werk thematisch met de Sint-Janskerk. Rond het afgehakte hoofd van Johannes de Doper op een schotel –  de caput Iohannis in disco of Johannesschotel – ontstond een intense religieuze verering. De Mechelse Sint-Janskerk is een van de plaatsen waar aan deze cultus gestalte werd gegeven. In het menselijk lichaam worden hoofd en hart gezien als de protagonisten van de ziel. Het hoofd is het knooppunt van al onze zintuigen (we kunnen zien, horen, voelen, proeven en ruiken) en bovendien is het een van de belangrijkste uithangborden van onze emoties.  De primaire positie van het hoofd zorgt ervoor dat het verlies ervan door onthoofding één van de gruwelijkst mogelijke wandaden is. Ook vandaag zaait deze specifieke vorm van ontmenselijking – en de visuele getuigenissen ervan – terreur. De Bijbelse verhalen van Judith en Holofernes of van Salome en Johannes de Doper alsook de mythes van Perseus en Medusa of David en Goliath geven epische kleur aan deze afschuwwekkende daad. Paradoxalerwijze grenst dergelijke gruwel ook altijdaan morbide fascinatie. Kijken, wegkijken en opnieuw kijken. De weerzinwekkende kracht van een beeld wordt hier bijzonder tastbaar.  Hoewel de keramieken koppen van Maen Florin en hun schotelvormige sokkels vormelijk doen denken aan een Johannesschotel, zijn deze hoofden niet aan dergelijke gruwel onderworpen. Ze zijn eerder lichaamloos dan levenloos. De broze koppen kijken hun toeschouwers hulpeloos, ontmoedigd en met compassie aan. Ze leven mee, ze confronteren ons in stilte met hetgeen waarvan we liefst het hoofd zouden willen wegdraaien.

Dit schijnbaar passieve hartzeer van de beeldhouwwerken dwingt ons ertoe de ogen te openen en een tweede blik te werpen op de wereld die ons omringt. De Bijbelse, mythologische en hedendaagse hoofden van Maen Florin roepen alle een gevoel van machteloosheid op bij hun toeschouwer. De wegkijkende en afwezige blik van Florins hoofden confronteren ons met het falen van menselijkheid, geborgenheid en rechtvaardigheid. Hoewel ditzelfde falen ook vervat zit in het hoofd van Johannes de Doper, brengt dit lijden ook soelaas voor zijn toeschouwers. De Johannesschotel werd namelijk geneeskundige krachten toegeschreven. Zo is het niet enkel een populaire beeltenis maar eveneens een geliefd religieus object voor het wegnemen van hoofdpijn bij devoten. 

In de middeleeuwen werd het wereldbeeld grotendeels gedefinieerd vanuit het religieuze. De wil en wens van God vormde het middelpunt van het menselijk bestaan en bepaalde de wereldorde. Langzaam ontkiemde echter een meer individualistisch denken waarbij de mens zelf centraal kwam te staan en een zelfbepalende rol opneemt in de wereld. De nieuwe positie die de mens zichzelf toekende in de kosmos is ook weerspiegeld in de esthetiek en vormentaal van de renaissance. De universele en geïdealiseerde weergave van de mens in de middeleeuwen kreeg steeds meer individuele gelaatsuitdrukkingen en andere uiterlijke kenmerken (rimpels, huidziektes, kleine imperfecties).

De gezichten van Florins figuren die het Museum Hof van Busleyden hebben geïnfiltreerd, gaan misschien nog een stap verder. Ezelsoren, flaporen, rareneuzen, verwrongen lippen, verminkingen en vreemde fronsen benadrukken de eigenaardige eigenheid van deze figuren en overstijgen die tegelijkertijd. Het zijn namelijk deze herkenbare eigenschappen die van de figuren een soort van archetype maken. Individualiteit en oermodel versmelten met elkaar, overstijgen zo de zuivere tegenstelling en omarmen hun complexiteit. Zo zijn ze ook in de zalen van het museum de aanwezige afwezigheid. Ze staan op zichzelf, ze maken zò bewust géén deel uit van de opstelling dat ze die net verrijken. In al hun stilte vragen ze aandacht voor de genuanceerdheid van de menselijke conditie.

De vraag is nu: wie is er menselijker en wie doet alsof? Het beeldhouwwerk of zijn toeschouwer? 

Sigrid Bosmans (Artistiek Directeur) en Hannah Iterbeke (Curator)