2020 Playing at being Human – Koen Leemans (curator)

In de presentatie van Maen Florins sculpturen in Mechelen komen alle facetten van haar werk samen in een omvattende tentoonstelling op drie plekken met elk specifieke kwaliteiten. Zonder te willen uitdijen tot retrospectieve proporties ligt de focus op een evenwichtige en fijnzinnige dialoog die meer dan ooit de uitzonderlijke samenhang van haar werk in kaart brengt.

In De Garage waar de kunstenaar allemaal nieuw werk toont gaat ze een stap verder dan ze tot nog toe gedaan heeft. Via de toevoeging van kleuren, wanden en speciaal ontworpen sokkels geeft Maen Florin vorm aan de tentoonstellingsarchitectuur. De sculpturen nemen elk duidelijk hun plaats in en positioneren zich daardoor ook uitdrukkelijk ten opzichte van de andere beelden in de ruimte. Op die manier laat ze de evocatieve kracht van de omgeving een rol spelen in het ervaren van haar sculpturen. Net als in het Museum Hof van Busleyden en in de Sint-Janskerk wordt het bekijken van de kunstwerken geïntensifieerd door de weloverwogen plek die ze innemen en de specifieke context waarmee ze één worden. Het kijken wordt dieper en intenser.

Bij het vormgeven van haar werk vertrekt de kunstenaar steeds vanuit haar intuïtie, vanuit eigen innerlijke ervaringen en gevoelens maar verwijst ze tegelijk naar de kunstgeschiedenis en beeldhouwkundige traditie. In haar sculpturen mengt ze elementen uit meerdere verhalen en verschillende culturen en gaat zo op zoek naar een universele taal. Door identiteiten samen te voegen, creëert ze archetypes waarin ze een soort essentie bereikt die haar beelden een grote herkenbaarheid verlenen.

Maen Florin verleidt de toeschouwer en houdt hem tegelijk een spiegel voor. Op zoek naar een vertaling van krachtige emoties, verenigt de kunstenaar tegenpolen als macht en machteloosheid, liefde en lijden, kracht en breekbaarheid binnen één beeld. Haar figuren proberen contact te maken met de wereld maar blijven tegelijk vastzitten in hun eigen bubbel, afgesloten voor de ander. De (on)mogelijkheid tot communicatie loopt als een rode draad doorheen het hele oeuvre van Maen Florin. We communiceren constant met elkaar en toch is er zoveel ruis, misverstand en onbegrip. Hoe we in interactie gaan met de ander, met uiteenlopende achtergronden en andere verwachtingspatronen, lijkt belangrijker dan ooit in een tijd waarin mensen steeds meer op zichzelf gericht zijn.

De sculpturen van Maen Florin roepen de toeschouwer op om zich te bezinnen over de plaats van de mens in een veranderende samenleving. Zo resoneert de reeks koppen met als titel Blue and Blind met het gevoel van eenzaamheid en vervreemding dat onze samenleving steeds meer tekent. Door het mixen van mallen van verschillende koppen krijgen de nieuwe koppen een verwrongen, gekwetste aanblik. Achter hun geloken ogen gaan melancholie en tristesse schuil (Blue). Kunnen of willen ze niet zien (Blind)? Big Boy, een serie koppen van groter formaat, is dan weer symptomatisch voor de fixatie van onze prestatiegerichte maatschappij op better, harder, faster, stronger. Be a Big Boy. Niet flauw zijn, sterk blijven en voortdoen. Wie niet mee kan, is gezien. Het vat de huidige tijdgeest mooi samen.

Naast het beladen, ernstige karakter van haar werk is er ook plaats voor het speelse. Zo vinden we in haar meest recente beeldengroep The Performer onder andere indirecte verwijzingen naar de film Les Enfants du Paradis van Marcel Carné uit 1945. Maen Florin zag deze Franse filmklassieker jaren geleden en de wonderlijke wereld die daarin werd opgeroepen is haar altijd bijgebleven. De film handelt over liefde en melancholie, zakkenrollers en hartenbrekers in de coulissen en kleedkamers van een Parijs’ volkstheater in het midden van de negentiende eeuw. Naast de echte, harde buitenwereld in de film is er de parallelle wereld van het theater gevuld met schaduwlevens, dromen en de heerlijke illusie van de verbeelding.

 “Wat is de wereld trouwens anders dan een groot schouwtoneel, waarin ieder, onder het masker van een ander optreedt en zijn aangenomen rol speelt, totdat de grote regisseur hem van het toneel laat verdwijnen.” Het welbekende citaat van Erasmus uit het boek Lof der Zotheid begeesterde Maen Florin evenzeer bij het maken van haar beelden. Met de staande sculpturen treedt de kunstenares zelf op als de regisseur die via imaginaire, dromerige personages de gevoelens van het publiek bespeelt.

De figuren doen bij een eerste kijken denken aan enkele personages uit de Commedia dell’Arte.  Hun verschijning is alleszins uitgesprokener en kleurrijker dan de discrete, ingetogen beelden die het werk van de kunstenaar de laatste jaren kenmerken. Net zoals de koppen bestaan deze sculpturen hoofdzakelijk uit geglazuurde keramiek. Maen Florins beschildering met glazuur geeft de beelden een bijzondere expressie. Ze lijken een tweede huid of een tatoeage te hebben.

Door het delicaat toevoegen van wat textiel, een beetje haar, een tak, … – als in een collage – pikt de kunstenaar de draad terug op van vroeger werk. Deze subtiele combinaties maken de figuren meer dan louter performers. Het worden tovenaars of sjamanen. Het worden magiërs. Ze spelen hun eigen menselijkheid. Playing at being Human.

Met gevouwen handen, geconcentreerd en in zichzelf gekeerd, zoeken ze vanuit hun persoonlijke plek verbinding met elkaar. Apart en samen lijken ze ook de toeschouwer aan te willen zetten tot reflectie en verbondenheid. Zonder belerend of moraliserend te willen zijn, biedt Florin op deze manier een positieve kijk op de werkelijkheid en biedt ze kortstondig soelaas voor het gedeelde menselijk drama dat van alle tijden is. De beelden van Maen Florin raken aan de kern van wat goede kunst vermag te doen: zintuiglijke en fundamentele emoties oproepen,  vragen te kijken naar onszelf en de wereld waarvan we deel uitmaken. En aldus mee betekenis te geven aan hoe we ons leven en onze tijd vormgeven.