Spiegeltje, spiegeltje

Over recente sculpturen van Maen Florin

Een kolossaal gesculpteerd hoofd eist een aanzienlijk volume van Maen Florins atelier op.
De grote ronde spiegel die tegen een van de wanden van het atelier leunt, heeft een
functionele reden. Het biedt de beeldhouwer de noodzakelijke mogelijkheid om visueel
afstand te nemen van het gigantenhoofd. Het manipuleren van de klei is een handeling
waarvan het uitgesproken fysieke, lichamelijke karakter in dit specifieke geval nog versterkt
wordt door de schaal van het beeld in die kleine ruimte. De plaatsing van de spiegel toont
aan dat beeldhouwen – hier en naar ik veronderstel in menig beeldhouwersatelier – een
voortdurende dialectiek behelst, tussen handelen en kijken, voelen en meten. Blind
handwerk wordt gevolgd door visuele reflectie en rationele toetsing, en vice versa. Er vindt
een pendelbeweging plaats tussen intuïtie en verstand, tussen de onbewuste en bewuste
kennis van de beeldhouwer, tussen materie en beeld. Precies in en door die beweging kan
de verbeelding zich roeren.

De vermelde sculptuur is voorbestemd om, geplaatst op een sokkel, op een plein in de
gemeente Eeklo te figureren. Daar zal geen spiegel aan te pas komen. Ik heb de
aanwezigheid van de spiegel in het atelier vooreerst vermeld omdat het de hierboven
aangehaalde, algemene bedenkingen over de beeldhouwerspraktijk zo helder en concreet
maakt. Maar ik ben van mening dat het bovendien, in het specifieke geval van Maen Florins
oeuvre, een sleutel kan vormen om een aantal inhoudelijke aspecten van haar oeuvre te
beschrijven en bevatten.

Het gigantenhoofd is naar de spiegel gericht, het kijkt in de spiegel. Of toch niet. De ogen zijn
gesloten. Dichtgeknepen zelfs, bij nader inzien. Het gezicht, dat eerder al in diverse versies –
in grijzige was en in lichtroze rubber – en iets kleiner dan reële schaal uitgevoerd werd, bezit
een eigenaardige uitdrukking, voornamelijk teweeggebracht door die ogen en de lichtjes naar
beneden vertrokken mond. De resulterende uitdrukking oogt weliswaar vreemd maar toch
bijzonder overtuigend en fascinerend. Het is pas wanneer je, onweerstaanbaar aangetrokken
tot dit gezicht, het wat langer observeert, dat het je duidelijk wordt hoe getormenteerd en
gesloten het oogt. Zo dringt het geleidelijk door dat het personage dat door middel van deze
sculptuur gerepresenteerd wordt, een diepgaand verstoorde relatie met zijn eigen beeld –
met het beeld van zichzelf, zijn spiegelbeeld – heeft. En bijgevolg totaal niet in staat is om
met de ander of de (buiten)wereld te communiceren.

Een hele reeks recente sculpturen van Maen Florin stellen relatief kleine figuren voor. Vaak
voorzien van een felle kleur en een of meer clichématige attributen als een clownsneus, een
masker, spitse oren of een opengesperde mond roepen ze associaties op met marionetten,
mannequins en stripfiguren of – zoals ook de titels van twee werken suggereren – dwergen.
Een knalgroene figuur bestaat uit een te groot hoofd op een mannequinromp en –benen. De
romp is verzaagd, zodat de figuur extra gedrongen ineengedoken zit. Lange, flexibele armen
zijn om de romp gebonden. Het gezicht is ter hoogte van de ogen bedekt met een
geschilderd zwart masker. De verf is aan weerskanten van de neus naar beneden gelopen,
wat enerzijds de illusie oproept van een gebroken en bloedende neus, en anderzijds de verf
gewoon verf laat zijn. Een in lichtroze rubber uitgevoerde figuur stelt een in een tutu gehulde,
mannelijke dwerg voor. De ogen gaan schuil achter een grote bril van het type dat voor
virtuele wandelingen gebruikt wordt. De lippen zijn roze geverfd. Een andere versie van
dezelfde sculptuur bestaat uit okerkleurige klei en heeft felrode lippen. Een tweede dwerg,
die eveneens uit twee zo’n versies bestaat en door de toeschouwer eerst van op de rug
waargenomen wordt, heeft een muts met hondenoren op, staat op hakken en draagt een
platte doos onder de arm. Eens de voorkant in het vizier, worden een varkensneus en een
ontbloot mannelijk lid zichtbaar. Het doosje, dat visueel een continuïteit tussen het achter- en
vooraanzicht van de sculptuur creëert, geeft zijn geheimen niet prijs, wat bij uitbreiding voor
al deze door Maen Florin gecreëerde figuren geldt. Telkens betreft het personages die uit
clichés, uit verstarde buitenkanten opgetrokken zijn. Het terugkerende en manifeste gebruik
van felle kleuren en/of van verf lijkt dit nog extra te benadrukken. Ook al is er in de verste
verte geen spiegel te bespeuren, toch heb ik de neiging al deze sculpturen te bekijken en te
interpreteren terwijl een denkbeeldige spiegel hun contouren reflecteert.

De dwerg nam van oudsher binnen de maatschappij een aparte, schijnbaar grappige maar
vaak schrijnende positie in. De vraag naar de identiteit van het door een sculptuur
gerepresenteerde personage roept telkens ook de fundamentele vraag op naar de mogelijke
positie en betekenis van een (gesculpteerd) beeld in onze culturele en maatschappelijke
context. Alle door Maen Florin gepresenteerde figuren zitten verstrikt in hun (spiegel)beeld –
en samen met hen, zoals dat eeuwen geleden reeds op zo’n eminente en complexe wijze in
het schilderij Las Meniñas van Diego Velazquez het geval was, de toeschouwer.

Als een beeld groter dan monumentaal, dat wil zeggen kolossaal van afmetingen is, dan
gelden er andere wetmatigheden inzake verhoudingen. Het getuigt van Maen Florins
onbetwistbare sculpturale métier dat het gigantenhoofd van klei nu al dezelfde bijzondere
aantrekkingskracht bezit als zijn zoveel kleinere soortgenoten. De uiteindelijke bronzen
sculptuur zal wellicht met diverse lagen halftransparante verf beschilderd worden. De
kolossale schaal zal een extra bevreemding creëren in de verhouding tussen de
toeschouwer – de dagelijks passerende pendelaar of de eenmalige, toevallige passant – en
het beeld, zeker gezien de geringe hoogte van de sokkel (ongeveer een meter) waarop het
gepresenteerd zal worden. Het was de Amerikaanse theoreticus Fredric Jameson die diverse
processen in onze laatkapitalistische samenleving met het ziektebeeld van een schizofrene
patiënt vergeleek. Maen Florins sculptuur in Eeklo vervult haar functie als hedendaags
monument op een pregnante wijze. Als verdicht, actueel spiegelbeeld van een
gemeenschap, een cultuur.

Frank Maes, april 2010