Bio

Maen FLORIN
Beeldhouwster

Maen FLORIN (Kleine-Brogel, 1954) is een in België geboren kunstenares. Ze woont en werkt in Schelderode nabij Gent.
Maen Florin studeerde beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie van Antwerpen, aan de Sint Lucas Hogeschool en de Koninklijke Academie in Gent.

Paradox en ambiguïteit

De recente keramische sculpturen van Maen Florin dragen een paradox in zich. De robuuste monumentaliteit van de uitvergrote hoofden verhouden zich in een sterk spanningsveld tot de fragiliteit van keramiek en de subtiel aangebrachte glazuur. De hoofden zijn geen portretten maar eerder archetypes. Misschien is het beter te spreken over koppen dan over hoofden. In de mooie opstelling in het Park Ter Beuken in Lokeren zien we een witte magere kop met wijduitstaande oren en felrode lippen, een Afrikaans type dat wit geschminkt lijkt en een roodharige theatrale kop met geschminkte oogleden. De ogen zijn gesloten of staren uitzichtloos voor zich uit. De afwezigheid van blik geeft hen een melancholisch karakter.

De koppen worden gepresenteerd op platte ronde betonnen plateaus. Het lijken wel de borden waarop Judith het hoofd van Holofernes, of Salomé het hoofd van Johannes de Doper presenteerde, twee (apocriefe) Bijbelse verhalen die vaak verbeeld werden in de kunst.
Het agressieve gebaar van onthoofding wordt echter getranscendeerd door de picturaliteit van het glazuur dat is aangebracht. De drippings die vanuit het haar over het gelaat vloeien doen echter ook denken aan bloed, zweet of tranen. De sporen van het maakproces vloeien letterlijk over in betekenisgenererende motieven.

Ambiguïteit is vaak een eigenschap van Maen Florins sculpturen. Ook de figuren die wat verweesd tegen boomstammen zijn aangebracht zijn niet enkelvoudig te lezen. In deze figuren combineert Maen Florin expressieve keramische koppen met readymade torso’s van paspoppen. Eén figuur draait zelfs letterlijk zijn rug naar ons toe alsof hij een diepere band heeft met de boom dan met de toeschouwer. Figuur en boom lijken in elkaar op te gaan.

Met haar recentste werken lijkt Maen Florin een volgende generatie toe te voegen aan haar groeiende familie van beelden. Ze maakte eerder grote hoofden (in polyester), maar deze in keramiek voegen een dimensie toe, een soort oerkracht die schatplichtig is aan de materie waaruit de oudste beeldhouwkunst is uit ontstaan: aarde. Anders dan in iets vroegere werken – waar ze graag de keramische koppen combineerde met alledaagse materialen zoals karton, isolatieschuim of plastic krulspelden – laat ze nu op monumentale wijze de kracht van de keramiek en glazuur op zich spreken.

Ondanks het zwijgen van de beelden lijken ze opnieuw met elkaar verbonden in een mystieke conversatie. In het Hof Ter Beuken te Lokeren in de eerste plaats met de natuur.

Hans Martens
September 2018

 

Stefan Hertmans over het werk van Maen Florin

(…) Het is aan deze traditie van het ‘Unheimliche’ dat veel van de indringende beelden van Maen Florin mij doen denken. De expressies, transfiguraties, travestieën en beeldvermengingen waar haar galerij van bevreemdende figuren in grossiert, refereren steevast aan de ongrijpbaarheid van de onverhoedse verschijning – het verschijnen van iets wat niet meteen geduid kan worden, maar wel moet worden ondergaan. Verschijnen, in zijn filosofische betekenis, is het opdoemen van iets wat niet meteen kan begrepen worden – écht voor het eerst verschijnen is daarom altijd vreeswekkend omdat het nog niet tot de grammatica van het bekende behoort. Pas daarna komt de terreur van de verschijning: dat ze telkens, en schijnbaar onverklaarbaar, herhaald kan worden, soms tot in den treure toe. Beide vormen van verschijning – de onverwachte figuur die plots voor je staat enerzijds, en de onlust verwekkende herhaling van gestalten anderzijds – werken door in Florins reeksen en constellaties. De beelden in de reeks ‘Commedia’ bijvoorbeeld (een titel zonder verdere toevoeging, zodat we zelf maar moeten bepalen of het nu om een goddelijke, een menselijke of een ‘commedia dell’arte’ verschijning gaat – tonen ambivalente expressies van verdriet, meditatie, verzonkenheid of introspectie.

Omdat Maen Florin al deze reminiscenties in elk van haar beeldreeksen virtuoos in elkaar kan laten overlopen, gijzelt ze ons met een psychologisch raffinement, met een indruk van schuldbewuste luciditeit. Toch is haar werk op geen enkel ogenblik moralistisch: moraal gaat altijd over vereenvoudiging van de psyche. Maen Florin toont ons daarentegen de poëtische complexiteit, zowel van de verbeelding als van de verwarrende verschijning. Daarom zijn haar beelden ook zo weerloos en oppermachtig tegelijk; ze trekken onze blik, ontwijken onze blik, ze brengen een ontwrichtende wisselwerking tussen onze aandacht en hun onverhoedse verschijning teweeg. Hun kinderlijke lichamen torsen het geweten van een volwassen wereld die niet op hen wil lijken, maar die, in de persoon van de toeschouwer, verdomd goed weet dat daar een beeld van verzonken innerlijkheid voor onze ogen staat.

Er zit daarom niets anders op dan ons te onderwerpen aan de schommelbeweging tussen onze blik, vanuit de ooghoek, en de neergeslagen of geloken blikken van deze iconen van het getormenteerde innerlijke leven. Ontelbare, onpeilbare emoties en sentimenten, heel dat domein van de onmogelijke relatie van het subject met zichzelf. Daarom ook: de verschijning van onze verdrongen innerlijkheid, van de demonen, spoken en kinderlijke dwergen uit ons eigen beeldarsenaal. Een interioriteit die ons voorkomt als iets volkomen ‘buitens’: als exterioriteit.

Tat Tvam asi, zegt de oeroude Vedantische incantatie in het Sanskriet – dat ben jij zelf altijd geweest als het ultiem vreemde dat je voor jezelf bent, de imaginatie van het Zelf. Het menselijke bewustzijn dat lijdt aan de verschijning van zichzelf – ook in de vorm van alle vreemds wat de mens heden ten dage voor ogen komt: de exotische medemens, de gekleurde mens, de vreemdeling, de vluchteling, de edele idioot, de religieus of politiek andersdenkende, het slachtoffer en de beul, de inwijkeling en de dakloze, de bedelaar en het verdronken kind op een godverlaten strand, of het gelaat van misbruikte tussenwezens die uit de schemer van het verdrongen bewustzijn naar voren treden. Ook deze hedendaagse associaties schuilen in de encyclopedie van uitdrukkingen, gestalten en houdingen waarmee de kunstenares ons confronteert. Het is om die reden dat ik het werk van Maen Florin, naast radicaal psychopoëtisch en iconografisch tijdloos, ook ervaar als actueel en maatschappelijk relevant. Niet omdat het rechtstreeks aan onze actualiteit refereert, maar omdat het in ons eigen innerlijk een imaginaire ruimte opent, waar de essentie van wat ons vreemd is, tot ons diepste innerlijk blijkt te behoren.

© Stefan Hertmans, januari 2017